| Over Onder de tap |
|
|
‘Henk W. wordt ingebeld door zijn moeder. Moeder vraagt hoe het nu is. Betty is vermoedelijk moeder geworden. De baby ligt nu bij haar op de kamer en drinkt op het moment. De baby is wel wat geel geworden. (…) Betty is bevallen middels een keizersnee en heeft veel bloed verloren. (namens de tapkamer: Henk jongen, proficiat).’
Het is een geestig bedoelde passage uit een willekeurig tapdossier van de Nederlandse politie in de zaak tegen ene Henk W. De betreffende Henk zal het zijn tegengekomen toen hij in zijn cel zijn strafdossier doornam. Misschien waren de medewerkers van de tapkamer vermoeid en even toe aan een geintje want ze moesten in het onderzoek van Henk W. ongeveer zestigduizend telefoongesprekken uitwerken. In de Nederlandse samenleving, die zo open en transparant wil zijn, is het aftappen van haar burgers een duister hoekje. Die burgers beseffen vaak niet dat de Nederlandse autoriteiten per maand duizenden telefoongesprekken aftappen. Dat is veel meer dan in welk ander land ter wereld. Doelwit zijn criminelen en terroristen maar in toenemende mate ook ‘gewone’, onschuldige burgers. Die burgers hebben geen zicht op wat zich precies afspeelt en hebben ook geen idee of zij zelf worden beluisterd. Die burger heeft er ook geen idee van waar precies en in hoeverre zijn privacy wordt aangetast en ook niet hoeveel hij, middels zijn telefoonrekening en belastingaanslag, zelf betaalt voor al dat afluisteren. Met het principe is niets mis. Terroristen en moordenaars horen in de cel. Het probleem is dat in Nederland de controle op de uitvoering van het afluisteren ontbreekt, en met de uitvoering, uitwerking, vertaling en beveiliging heel wat mis is. Bovendien moet een samenleving misdadigers veroordelen op een transparante en eerlijke manier. Tappen in Nederland is niet transparant en het kan op oneerlijke wijze door ambtenaren worden misbruikt terwijl rechters worden misleid. Onschuldige burgers lopen zo de kans verdachte te worden, criminelen worden erin geluisd. Niet erg, denkt u? Leest U de feiten over hoe de gang van het Nederlands recht tot een levenslange veroordeling leidde, uitsluitend op basis van twijfelachtige en gemanipuleerde taps. Leest u het verhaal over een nette mevrouw uit Haarlem die voor dag en dauw in haar pyjama als een terrorist werd afgevoerd. De overheid vindt dat alles wat met tappen te maken heeft geheim moet blijven, terwijl veel informatie over afluisteren formeel gezien niet geheim is. Die geheimzinnigheid wordt potsierlijk als blijkt dat ze zelf waarschijnlijk ook worden afgeluisterd - en daar niets aan kunnen doen. Ook daar moet de burger van weten. Dit boek wil zo veel mogelijk over tappen openbaar maken vanuit de gedachte dat burgers zich een oordeel moeten kunnen vormen over de vraag hoe zinnig en efficiënt al dat tappen eigenlijk is. De verantwoordelijke ministers noch de rechterlijke macht noch de wetgevende macht in de Tweede Kamer heeft greep op het afluisteren in Nederland. Rechters die hun werk goed willen doen, en het naadje van de kous willen weten, zouden moeten beginnen met het lezen van dit boek. ‘Beter 10 mensen onschuldig in de cel dan één terrorist op vrije voeten’, zei CDA-fractieleider Verhagen na de dood op Theo van Gogh. Precies hier begint het hellende vlak, aan het einde waarvan een rechtstaat ophoudt en een tirannie begint. De rechtstaat wordt met voeten getreden in naam van ‘de veiligheid’ en dat maakt de samenleving juist onveiliger. Onder de tap wil waarschuwen voor de illusie dat alles wat uit een computer komt samenvalt met de werkelijkheid. Heel vaak kloppen dataniet en ze zijn bovendien eenvoudig te manipuleren. Tenslotte: een menselijke stem op een tap bestaat uit niets dan nullen en enen. De identificatie van een stem is een interpretatie door een ambtenaar. Hij staat daarin alleen, computers kunnen die taak nog niet overnemen. Het wereldwijd miljarden verslindende afluisterimperium van computers en supersnelle verbindingen is zo sterk als de zwakste schakel: de ambtenaar met een koptelefoon op die luistert naar ruis met daardoorheen een anonieme stem. ‘Hij is het,’ denkt hij op zeker moment en dat neemt hij op in zijn proces-verbaal. Het ís de waarheid in het hoofd van de ambtenaar, het wórdt de waarheid in de rechtszaal. Rechters nemen nooit de moeite om zich van de juistheid van de interpretatie van de ambtenaar te vergewissen. Ten onrechte. |